Posted by nikeblogt under
Tristan [2] Comments
Stoefmoeders. Ze praten over hun bloedjes van kinderen en wat ze allemaal kunnen. Altijd meer dan wat je eigen kindje kan.
Ik doe niet aan opbod. Vergelijkingen maken is zo gevaarlijk. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen, unieke manier. Daarom lees ik ook geen boeken meer genre ‘Oei, ik groei’. Je gaat er alleen maar van piekeren als je kind niet kan wat hij verondersteld is te kunnen op een bepaalde leeftijd.
Natuurlijk hebben we oog voor Tristans ontwikkeling. En als we twijfelen aan het goede verloop ervan, zullen we vast en zeker de kinderarts raadplegen. Maar ondertussen laten we hem lekker zijn gangetje gaan.
Posted by nikeblogt under
Des levens,
Tristan [2] Comments
In Libelle staat deze week een artikel over de kraamkliniek van AZ Sint-Lucas. Het begint als volgt: “Het ziekenhuis, niet mijn favoriete stek, maar het AZ Sint-Lucas is anders. De verdiepingen heten hier ’straten’ en ik ben op weg naar de allerleukste afdeling: de kraamkliniek.”

AZ Sint-Lucas is inderdaad anders. Voor mij althans. 29 jaar geleden zag ik het levenslicht in het toenmalige Sint-Vincentius (AZ Sint-Lucas is de fusie van wat oorspronkelijk drie aparte Gentse ziekenhuizen waren: AZ Heilige Familie, AZ Sint-Vincentius en AZ Volkskliniek). Vandaag dwaal ik nog steeds door de straten van het ziekenhuis. Ik werk er. In straat 95 om precies te zijn. En hoe kan het anders: ook Tristan werd er geboren.
Niets dan lof over de mensen van de materniteit. Een opgewekte vroedvrouw loodste ons immer glimlachend door de bevalling. Ik zou zelfs durven zeggen dat het een gezellige boel was. Een onderonsje bijna. Tussen het persen door kletsten we gewoon verder. En toen de zon door de wolken brak en de verloskamer in een fel wit licht baadde, ruilde Tristan zijn warme nestje voor de grote boze wereld. Door de warmte van de mensen die ons omringden, veranderde de steriele verloskamer in een intieme, veilige ruimte. Tristan werd geboren in een sfeer van zorgzaamheid en liefde.
De volgende zes dagen brachten we door in kamer 6 van straat 2. Iedereen deelde er in de vreugde. De vroedvrouwen, de logistieke assistenten, de poetsvrouwen, zelfs de technieker die het licht boven mijn bed kwam herstellen. Ik kreeg er mijn eerste lessen in het moederschap. Omringd worden door zoveel deskundigheid, geeft je meteen een goede start. En hoewel ik de eerste dag wat schroom voelde om op het belletje te drukken, liet ik mij de komende dagen de goede raad en de verzorgende handen welgevallen. Het afscheid viel dan ook erg zwaar. Of zoals ik in een column voor ons personeelsblad schreef:
Het was hier goed. Ik mis nog steeds het knopje dat advies aan bed brengt. En ik mis het om verzorgd te worden door deskundige handen. Begrepen te worden als de kraamtranen komen. Gewoon eventjes patiënt te zijn zonder me ziek te voelen. Me lekker te nestelen in mijn superdeluxe, hoogtechnologische bed. En te weten dat alles goed komt, want er is een superteam dat voor me zorgt.
Wees maar zeker dat die kraamtranen rijkelijk vloeiden toen we op zondag 9 december huiswaarts keerden.
Posted by nikeblogt under
Wijvenpraat [3] Comments
Wat mannen niet begrijpen. Ik vroeg het aan Stefaan. “‘t Is nie omdat vrouwen anders zijn dan mannen dat mannen hen niet begrijpen.” En dan volgde er een uiteenzetting over het verschil tussen man en vrouw. Dat het logisch is dat dat er gekomen is. Met de evolutie en zo. Want de man moest zorgen dat er mammoet op tafel kwam. En vrouwen zijn altijd zorgzaam geweest. En dat het dus een reden heeft waarom vrouwen anders zijn dan mannen. En dan nog iets over niet kunnen parkeren. Dat dat nu eenmaal eigen is aan de vrouw. Heeft ook met de evolutie te maken.
Kan jij nog volgen? Ik niet. Hij begrijpt mij volledig, terwijl ik niet begrijp waarom hij soms zo weinig begrip toont.
Posted by nikeblogt under
Wijvenpraat Leave a Comment
Vandaag het thema kinderen. Komt goed uit. Als ik terugtel moet het net één jaar geleden zijn dat Tristan is ontstaan. Verwekt dus, maar dat klinkt zo goor. Wat eraan vooraf ging is een periode van puur instinctieve en hormonale voortplantingsdrang. Ik was niet voor rede vatbaar. Ik moest en zou kinderen krijgen. Rationele overwegingen werden door de hormonenbrigade de kop ingedrukt. En hoe langer ik de pil nam, hoe meer ik dus de natuur tegenwerkte en hoe ongelukkiger ik werd.
Wou ‘de natuur’ me iets duidelijk maken? Dat ik vruchtbaar was? Dat mijn tijd gekomen was? Dat mijn eitjes nooit eerder zo rijp waren geweest?
Ik ging er even bij liggen. De rest van het verhaal is u welbekend.
Posted by nikeblogt under
Wijvenpraat [2] Comments
De nacht valt. Het enige geluid in huis is dat van smikkelende houtwormen. Gerard opent voorzichtig het deurtje van de keukenkast. De kust is veilig. Met een sprongetje landt hij op de keukenvloer. Hij komt neer naast een scherp, langwerpig voorwerp. Hij tast in zijn zak en haalt er een klein, rond brilletje uit. Met een zijden zakdoekje maakt hij de brillenglazen schoon. Hij zet de bril op het puntje van zijn neus, buigt voorover en stelt de diagnose. Spaghetti. De moed zakt hem in de schoenen. Spaghetti betekent restjes geraspte kaas op de vloer, vorken met gesmolten kaasresten tussen de tanden, plekken op het tafelkleed, slierten spaghetti op de bodem van de kookpot, opgedroogd kookvocht op het fornuis, snijplankjes met ajuingeur en rode vlekjes op het hemd van de heer des huizes. Aargh.
Gerard kijkt op zijn horloge. Middernacht. Die klus kan hij alleen niet klaren. Hij fluit de anderen bijeen. Caspar, René en Jef. De taken worden verdeeld. Missie: alles spic en span tegen de morgenstond. De dagploeg neemt de rest van het huis wel voor zijn rekening.
Posted by nikeblogt under
Wijvenpraat 1 Comment
Ik hou van zijn handen. Van hoe ze een hemd dichtknopen. Van hun behendigheid. Van hoe ze op mijn bil rusten in de auto. Ze zijn verzorgd. Fijn en elegant. En mooi. Een deel van het geheel dat minstens even oogverblindend is.
Ik hou van zijn hoofd. Van de robuuste trekken. De brede kaken, de kraaienpootjes in zijn ooghoek. De dikke, blonde haren. De fijne mond met zijn kleine, lachende tandjes.
Ik hou van wat er in dat hoofd zit. De kunst van het filosoferen. De levensbeschouwingen. Het ‘neutralisme’. De creativiteit. De gekke ideeën. De wilde plannen. De ongedwongenheid. De open geest.
Ik hou van zijn zelfzekerheid. Bij anderen een vuil trekje. Bij hem allesbehalve dikkenekkerig. Eerder een uiting van zelfkennis en vastberadenheid.
Ik hou van hoe hij liefheeft. Met weinig woorden. Maar daarom niet minder intens.
Ik hou van het geduld waarmee hij mijn gezaag aanhoort. En van de verdraagzaamheid waarmee hij mijn valse beschuldigingen tegemoet treedt.
Ik hou van zijn anders-zijn. Zo helemaal anders dan ik. Zo volledig complementair.
Zo hoort een man te zijn.
Jammer dames, zo is er maar één. En hij is van mij.