De neurochirurg ontvangt ons in zijn kabinet. Wij kijken naar de foto’s van vóór en na de operatie. Het verschil is verbluffend. De grote witte bol die je op de eerste foto’s ziet, is gereduceerd tot een kleine witte vlek. Er is nog een stukje tumor achtergebleven dat rond de carotis is gegroeid en erg hard was van consistentie. De neurochirurg heeft tot drie keer geprobeerd dit stukje weg te halen, met hevige bloedingen tot gevolg. Een vierde keer zou fataal kunnen geweest zijn. Hij nam liever het zekere voor het onzekere en liet het stukje zitten.

Mama zal nu geregeld onder de scanner moeten om de groei van dit stukje op te volgen. Als het niet of erg traag groeit, mag het de rest van haar leven blijven zitten. Groeit het wel, dan zal het bestraald worden. Want chirurgie is té gevaarlijk, vanwege die slagader.

Het was een harde en taaie tumor. Sommige tumoren kunnen als het ware uitgelepeld worden. Voor mama’s tumor had de neurochirurg een soort verbrijzelaar (een toestelletje dat de tumor in kleine stukjes ‘hakt’) nodig. En terwijl het toestelletje meestal op 50% draait, was er nu 90% nodig om de massa te verwijderen.

En dan het goede nieuws. Mama herstelt vlug en goed. Haar rechterooglid zal 4 tot 6 maanden gesloten blijven, maar haar zicht is niet beschadigd. En we weten nu met zekerheid dat de tumor goedaardig was.