Op een dag als deze, na een nacht zoals de vorige, kan ik wel wat Jamie Lidell gebruiken om op te vrolijken.
31 december 2008
Op een dag als deze, na een nacht zoals de vorige, kan ik wel wat Jamie Lidell gebruiken om op te vrolijken.
30 december 2008
Ik snap het niet meer. We hebben heel wat goede nachten gehad de laatste tijd. Verwonderlijk veel zelfs. Ik dacht dat we op goede weg waren. Dat er na één jaar eindelijk verbetering in zicht was. Dat Tristan eindelijk de deugden van een ononderbroken nacht zou erkennen.
Maar dan was er vannacht. Om 2.00 uur werd Tristan huilend wakker. We dachten: “We laten hem huilen. ‘t Zal geen waar zijn. Bij ons in bed? Niets van. Niet meer. Nooit meer.” Maar na een poosje hoorden we gestommel bij de buren. We konden het niet opbrengen om hem nog langer te laten huilen. Al was het maar om de burenvrede te bewaren. Dus pakten we hem op. Bij Stefaan op de schouder. Hij vleide zijn hoofdje op Stefaans schouder, zo moe was hij. Maar telkens we probeerden hem in zijn bedje te leggen, begon hij opnieuw te krijsen. Dan maar naar beneden. Opstaan. Hij zat in de woonkamer, stilletjes, verdwaasd. Maar terug in bed, neen, dat wou hij niet. Uiteindelijk hebben we hem een uur later toch bij ons in bed gelegd. We waren moe gestreden. 1-0 voor Tristan.
Ik begrijp het niet. Bij het slapengaan is hij moe. Hij is meteen stil. Maar midden in de nacht wordt hij wakker. Zomaar, zonder reden. Ik heb al vanalles geprobeerd: andere pyjamas, een nieuw slaapzakje, vroeger in bed, later in bed, bedje draaien, warmer toedekken,… Niets helpt. En het is verdomd vermoeiend.
27 december 2008
Onze woonkamer is één groot speelparadijs. Maar de keuken blijft gewoon interessanter. En die zelfvoldane blik als hij de kast heeft kunnen openen… Niet te doen.


26 december 2008
Kerstavond. We zitten aan tafel. Ergens tussen hoofdgerecht en dessert. Plots vraagt Stefaan: “Lik ne keer aan mijn oog.”
Tja, zot zijn doet geen zeer. Gelukkig maar.
25 december 2008
Gisteren kregen we Murphy op bezoek. Hij komt altijd ongelegen. We staan op het punt om te vertrekken naar Stefaan ouders voor het kerstfeest als Tristan uit de zetel valt. Ik ben me boven aan het verkleden, Stefaan snelt toe om Tristans tranen te drogen. Maar er lijkt meer aan de hand. Er komt bloed uit zijn mondje. Spectaculair veel bloed. Stefaan roept: “Nike, Tristan is gevallen!” Dat doet ie normaal niet, me roepen, dus ik rep me naar beneden, waar ik Tristan aantref in Stefaans armen. We weten eerst niet goed waar het bloed vandaan komt, maar dan zien we een grote kap in zijn tong. Tristan is erin geslaagd om met 1 bovenste tand een snee in zijn tong te krijgen. Enfin, mijn gezond verstand weet dat je aan een tong niet veel kan doen, maar voor het zekerste bellen we tante T. Zij bevestigt ons vermoeden. Wij gerustgesteld. En Tristan zat een uurtje later gezellig aan een bladerdeegkoekje te knabbelen, dus eind goed, al goed.
Gizmo vonden we onder de kerstboom. Nonkel Kristof heeft hem speciaal voor Tristan laten maken. En oma zorgde ervoor dat hij deftig voor de dag komt met een Supermanpakje op maat. Met beesten doe je nooit verkeerd bij Tristan. Hij heeft Gizmo deze morgen eens goed belebberd. Da’s een teken van liefde, dat lebberen. Vrienden voor het leven, Tristan en zijn beer.
24 december 2008
Tristan gedraagt zich, geheel zoals het hoort dezer dagen, als een engeltje. Hij speelt mooi, de keukenuitspattingen buiten beschouwing gelaten. En des avonds voor het slapengaan krijgt hij de kolder in zijn kop. Dan plooit hij zijn snoetje in een brede grijns en giechelt hij om het minste als een verliefd tienermeisje.
Er prijkt een enorme puist op zijn zachte babywangetje. Het ding hoort daar niet huis, zoveel is zeker. Het is vuurrood met een wit hoedje. Eerlijk, soms bekruipt de goesting me om het ding leeg te knijpen. Maar dat hoort niet. Ik laat het een stille dood sterven. Uitdroging. Ha.