april 2009


In de crèche zijn er drie jongentjes. Drie boefjes van anderhalf. Ze halen kattenkwaad uit. Ze pakken elkaars speelgoedjes af. Ze pulken aan elkaars kleren. Ze duwen en trekken. Ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Ze halen de verzorgsters het bloed van onder de nagels.

Ik hoef er zeker niet bij te vertellen dat Tristan één van hen is?

Er zijn zo van die dingen die ik eeuwig laat liggen. Brieven geraken niet op de post (zelfs al liggen ze klaar met postzegel en al). De wasmand met gewassen en gestreken kledij blijft beneden aan de trap staan. Restjes blijven te lang in de frigo staan. Boeken vinden hun weg niet naar de boekenkast. Op de chauffage ligt een verzameling kleren die de weg naar de kleerkast niet vindt. Telefoontjes worden uitgesteld. Mails blijven onbeantwoord. Doktersafspraken worden vooruitgeschoven.

Dit alles vraagt slechts een fractie van mijn tijd. En toch blijft het liggen. Is dat luiheid?

Wat we al hebben gehad: een feestje voor een prinsesje van zes, boterhammen met choco op het terras, douchen met aandacht, met de fiets naar de bib, de supermarkt, het reisbureau en de viswinkel, een broodmaaltijd, een middagdutje, ademfocus, een gezond tussendoortje, terug naar de supermarkt wegens gewijzigde avondetenplannen, aperitieven met lekkere kaas en knapperige kerstomaatjes, koken en genieten van het resultaat (zeewolf met asperges), afwassen, tobben over raadseltje, gek doen met Tristan, bloglines lezen.

Wat nog komen moet: lezen, boterhammen met confituur, lopen, douchen, erggoeddag, Liens wasmachien helpen verhuizen, koken, eten, cello spelen en hopelijk wat tijd voor mezelf.

Wij zijn propere mensen, wij. Oké, zwabber en dweil blijven wel eens te lang onbenut. Maar dat is weloverwogen. Of, laat het me anders stellen: we hebben een goed excuus. Want, vandaag de dag heeft maar liefst één op vier mensen last van allergie(ën). Dat komt ondermeer omdat kinderen in hun eerste levensjaren tegenwoordig veel minder in contact komen met vuil dan vroeger. We zijn té hygiënisch geworden.

Van ons mag Tristan zijn boterham die op de grond gevallen was verder opeten. Ook zijn tut hoeft niet per se afgespoeld te worden. En als hij in de zandbak speelt, tja, dan komt er al eens zand in het mondje terecht. So be it. ‘t Kind heeft godbetert al kattenkots gegeten, veel erger kan het niet zekerst?

Ontsmetten, daar doen we ook niet aan mee. Alleen als er vieze beestjes (denk buikbeestjes) de ronde doen, dan gebruik ik ontsmettende handzeep en gieten we al eens een geut Dettol bij ons kuiswater.

En u? Mag er bij u (in de letterlijke betekenis) van de vloer gegeten worden?

10 kilo 300 gram

80 centimeter

En geen abnormaliteiten deze keer.

Hij babbelt meer. Hij breit zijn nonsenswoordjes aan elkaar tot heelder volzinnen. Het enige woordje dat enigszins aanleunt bij het Nederlands is poesj, waarmee hij alle dieren en boeken benoemt. Geen mama. Geen papa. Geen koek. Geen nog. Zelfs geen nee. Maar gisteren meenden we een voorzichtig rista te ontwaren toen we foto’s bekeken en hij zichzelf aanwees.

Hij begrijpt meer. Als ik zeg dat ik zijn melkje ga klaarmaken, loopt hij alvast naar de keuken en kijkt hij verwachtingsvol naar de microgolf. Hij voert eenvoudige opdrachtjes uit zoals iets halen, naar iemand toelopen,… Hij begrijpt ook maar al te goed dat het bedtijd is en probeert het zolang mogelijk te rekken door met zijn allerbeminnelijkste blik extra tijd af te kopen.

Hij wordt steeds beweeglijker. Hij stapt al wat vaster. Klautert op trappen. Laat zich soepel van de zetel glijden. Gaat nu overal zelf achterwaarts zitten. En hij trappelt van contentement. Of van opwinding.

Dat alles maakt hem een vrolijk, klein kapoentje. De Tristan van nu is opmerkelijk joliger dan de Tristan van pakweg 4 maanden geleden. De kwaliteit van zijn nachten draagt hier ongetwijfeld toe bij. Leve de evolutie!

Volgende Pagina »