Ik zou eraan kunnen wennen. Op ‘t gemakje opstaan. De geur van een mooie zomerdag in wording opsnuiven. Tristan uit zijn warme nestje plukken en klaarmaken voor een nieuwe dag. Mijn twee lieve mannen uitzwaaien tot ze helemaal aan het einde van de straat zijn en nog slechts een stipje groot zijn. De deur achter me dicht trekken en de vrijheid, de leegte voelen van de acht lange uren die zich voor me uitstrekken.  Als een lege puntzak die ik tot de rand mag vullen met de snoepjes die ik het lekkerst vind.

Ik gebruik het ‘ziek zijn’ als excuus om helemaal niets te doen in het huishouden. Verder houd ik me onledig met zalig nietsdoen. Dolce far niente. Lezen, muziek beluisteren, schrijven, dromen,… En dat allemaal liefst in horizontale positie: in bed, de hangmat, de sofa of de ligstoel. Ik ben ziek, nietwaar?

Ik heb me nog geen seconde verveeld. Deze twee lege weken zijn een welkome verpozing in de drukte van alledag. En een gelegenheid om in alle rust de dingen des levens te overdenken, plannen te maken en beslissingen te nemen. Meer van dat, graag. Liefst zonder de horror van operaties en hun gevolgen.