Gisteren op controle bij de NKO-arts. Hij gaf me groen licht om terug aan het werk te gaan. Maar ook al is mijn lichaam (bijna*) helemaal hersteld, mijn hoofd is er bijlange nog niet klaar voor. Het is jaren geleden dat ik nog zo heb kunnen genieten. Niets moest. Ik kon gewoon ongegeneerd lui zijn. Het voelde als de vakanties van weleer: de ongedwongenheid, het ont-moeten, de klok die trager tikt, het geruststellende vooruitzicht van dagenlang niets te hoeven doen.

Morgen terug aan de slag. Met heel veel tegenzin…

(*) Ik heb nog steeds pijn. Vooral bij het slikken en het praten. En mijn smaak is nog niet helemaal terug. Mijn rechterkant is de slechtste: daar straalt de pijn uit naar mijn oor. Maar we dragen ons lot waardig. Zonder die snoodaards van amandelen lijkt mijn bestaan plots veel rooskleuriger. Duizend keer dank aan de witte jas die me van die ondingen heeft verlost.