Tijd voor een update over Tristans ontwikkeling:
Hij praat! Het begon op vakantie en sindsdien komt er elke dag minstens één woordje bij. Ik probeer een lijstje te maken, maar als het aan het aan huidige tempo blijft voortgaan, is het binnenkort niet meer bij te houden. Zijn actieve woordenschat tot nu toe:
papa – mama – poesj (poes en boek) – dada – da (dat) – do (zo) – Bumba – aap – pape (papegaai) – coco (choco) – ba (bal) – elpe (helpen) – nee – auto – boot – botam (boterham) – kikke (kikker) – papaai (papegaai) – kik (kijk) – woertje (yoghurt) – mooi – grrrrr (stofzuiger) – toe – buite (buiten) – buik – dinke (drinken) – hus (huis) – boo (boom) – ete (eten) – tut – lood (potlood) – lallo (hallo)
Hij bouwt hoge torens met zijn houten blokjes. Echt hoge torens! En gisteren heeft hij in de crèche een heel stuk gelegd van een racebaan. Helemaal op zijn eentje. Ze waren daar wreed onder den indruk. ’t Is een slim kind, die zoon van mij. Hij wordt beslist ingenieur.
Als de kinderverzorgsters even niet opletten tijdens het middagdutje, kruipt hij bij zijn vriendje O.J. in bed. Ik vind dat superschattig, maar Stefaan zit er al mee in dat het nen homo wordt.
Hij plast in het potje. In de crèche. Eén keer nog maar, maar het is hoog tijd dat we een potje kopen. Ik dacht dat hij nog niet aan zindelijkheidstraining toe was. Maar als ze er in de crèche werk van maken, kunnen wij niet achterblijven, hé.
Hij is zot. Bijzonder goedgeluimd de laatste tijd.
Hij is een beest. Hij bijt. Hij komt met open mond naar ons toe (als een bezetene) en zoekt een zacht plekje om in te bijten. Meestal een bil, een arm of een wang. Net een klein beestje. En hij is niet te stoppen. Als hij wil bijten, zal hij bijten. En ’t doet geen deugd, ik kan het u verzekeren.



