Kamptranen

Pasen 2013. We rijden naar Buggenhout alwaar Tristan zijn ‘kamp’ zal opslaan met de andere bevertjes van het reigernest. Op de grote slaapzaal kiest hij een bed in de nabijheid van zijn vriendinnen (hoezee voor de gemengde slaapzalen!). Het hoeslaken wordt strak gespannen, de slaapzak uitgerold en het kussen opgeschud. Onder het hoofdkussen zit een klein overlevingspakket verborgen: een zaklamp, een knuffel en een fotoboek met plaatjes van de thuisblijvers.

Geen tranen, geen aarzeling, geen protest. Na het uittesten van zijn kampsponde, huppelt een dappere Tristan gezwind de trappen af. Hij neemt een glaasje rum (= appelsap) en zoekt een plekje aan de grote tafel voor zichzelf en zijn twee scheepsmaatjes. Dat het kampthema piraten is, blijkt een serieuze boost voor het enthousiasme. De ouders worden door de dienstdoende leiding kordaat het lokaal uitgekuist. En daar staan we dan aan de deur, een beetje wezenloos voor ons uit te staren. Hophop, naar huis dan maar. Het is vreemd om Tristan achter te laten bij onbekenden, maar ik voel geen bezorgdheid. Of gemis.

Maar dan komt de nacht. Bij nachte razen de doemgedachten en gaan de gevoelens gisten en stinken. Dan stel ik me Tristan voor, ‘alleen’ in zijn bed, ‘ver’ van huis, blootgesteld aan allerlei ‘gevaren’. Dan prikt het gemis en woekert de ongerustheid. Dan ween ik, ja.

Natuurlijk is zo’n kamp goed voor zijn zelfredzaamheid en wat het ook moge zijn waar hij groot en sterk van wordt. Maar loslaten is soms toch zo verdomd lastig. En het kind is nog maar vijf. Dat belooft voor de toekomst.

5 thoughts on “Kamptranen

  1. Ella ging vorige zomer al op kamp en dat was een groot succes. Al was er blijkbaar één strenge leidster bij want daar spreekt ze nog altijd met lichte angst over🙂

  2. Als ge een beetje op mijn moeder trekt, Nike, dan gaat dat nooit over. Mijn moeder huilde elke keer. En ik huilde stilletjes mee. Niet omdat ik weg moest, of omdat ik geen zin had, of omdat ik heimwee ging hebben ofzo, neen, alleen omdat mijn mama huilde. Ambetant dat ik dat vond, en VIND, want dat is nog altijd mijn grootste trigger: ik kan mijn mama niet zien wenen zonder zelf ook te beginnen janken🙂

  3. Mama’s lijden nu eenmaal iets meer dan de kindjes als ze weg zijn. Maar daarna is de vreugde nog zo groot als ze terug onder onze vleugels zijn. Ben benieuwd hoe hij het gesteld heeft bij zijn scheepsmaatjes…

  4. vanaf mijn 6 jaar tot mijn 23e ging ik elk jaar op kamp, ik kan me niet herinneren dat ik mijn moeder ooit gemist heb. Als ik die klein van mij binnen enkele jaren ga moeten meegeven met vreemden, ik ga ook zitten janken in mijn auto vrees ik…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s