Nike suckt in opvoeden #1

Ik schotel u de komende dagen drie opvoedingsvraagstukjes voor. Ze gaan over mijn vaak onwillige en opstandige zesjarige. Zelf heb ik geen antwoord op de situaties. Alles geprobeerd, niets baat. U weet beslist raad!

Noot: Het spreekt dat dit momentopnames zijn. Tristan is over het algemeen een erg beminnelijk kind, laat daar geen twijfel over bestaan!

Hoe maak je van een rustig ritje langs de Gentse wateren iets zenuwslopends?

De route naar school telt de volle 1,7 kilometer. Gemiddeld zeven minuten voor een vlotte stadsfietser. Tristan doet er twintig minuten over. Met de vertraging kan ik leven. Moeten we immers niet allemaal onthaasten? Een tempo lager trappen kan alleen maar bevorderlijk zijn voor de gemoedsrust, niet?  Maar dat is buiten Tristan gerekend die al na tien meter begint te zuchten en kreunen. “Mijn benen zijn moe. Mijn helm pikt. Mijn handen hebben koud. Mijn boekentas zakt af. Mijn wenkbrauw jeukt. Mijn muts zakt voor mijn ogen. Ik heb honger. Ik kan niet meer.”  Tristan schreeuwt en zucht alsof hij de zwaarste lasten moeten torsen. Menig voorbijganger heeft zich al verwonderd over het kreunende fietsertje. De blikken die ik krijg toegeworpen variëren van amusement tot vertwijfeling en ongeloof (wie laat zijn kind zo afzien?).

Hoe o hoe kan ik mijn boze fietser afleren om zijn ongenoegen zo ongepast te uiten? En hoe leer ik hem dat sommige dingen gewoon moeten en dat je er maar beter het beste van maakt?

De jaloerzigaards

De jongens die ik op de wereld heb gezet, lusten elkaar rauw. Erg schattig, bloedverwanten die mekaars hartenlap zijn, maar dat is bij Tristan en Myrddin absoluut niet het geval. We hopen dan maar op een verbroedering op latere leeftijd.

Eerlijk? Ik maak me er niet al teveel zorgen over. Het is vermoeiend, dat wel, om constant tussenbeide te moeten komen. En om ervoor te zorgen dat er door mijn tussenkomst niet nog meer rivaliteit en jaloezie ontstaat. Vaak draait het immers om aandacht. Wie heeft het meeste recht op moeders aandacht en zorg? Daarom tracht ik bij ruzies altijd neutraal te blijven. Geen idee of dat de juiste aanpak is, maar ik kan de situatie niet altijd goed inschatten (ruzies ontstaan altijd! achter mijn rug), dus lijkt het me gevaarlijk om één van beide te betichten. In boeken lees ik wel eens dat je het soms beter allemaal laat gebeuren. Echtig, opvoeden is geen kattenpis. En jaloezie is een vuil beest.

Feitelijk is het niet zo vreemd dat de jongens geen beste vrienden zijn. Ze zijn mekaars tegenpolen. Dat botst. En klinkt. Gelukkig is het af en toe vredestijd. Zijn er tekenen van verbondenheid. En ook al duurt dat vaak maar eventjes, ik haal er mijn hartje aan op.

603074_10151785041697462_1960484716_n

Winterse overpeinzingen

Hier is het op sterven na dood, maar dat betekent dat er elders volop geleefd wordt. December en januari zitten doorgaans tjokvol met sociale engagementen. Dit jaar is het niet anders: feestjes, etentjes en afspraakjes waar al heel lang naar uitgekeken wordt. Gezelligheid ten top.

Vandaag waren we waar we horen te zijn als ons Vlaamsche land onder een witte dons ligt: buiten! Dik ingeduffeld en gelaarsd trokken we door een dikke laag sneeuw naar de bekendste heuvel van Gent: de voormalige skiberg van de Blaarmeersen. Als u denkt dat kinderen van sleeën houden: niets is minder waar. Of het is te koud, of ze zijn bang, of ze willen liever naar de speeltuin. Dan denkt moeder: ‘waarom doe ik eigenlijk nog moeite om die etters de schone en leuke dingen van het leven te tonen?’ Dat is één van die – overigens niet zo zeldzame – momenten dat kinderloosheid me het absolute einde lijkt. Tot één van die snotters met zijn volle gezicht in de sneeuw valt en er zowaar de slappe lach van krijgt. Tja, dan is moeder natuurlijk weer vertederd. Het is typerend voor hoe ik het moederschap ervaar: momenten van pure ergernis, afgewisseld met ogenblikken van diepe ontroering en intens geluk. Chance dat de verhouding in het voordeel is van laatstgenoemde momenten. En chance dat er, ongeacht het humeur van de kinderen, nooit minder graag gezien wordt.

Enfin, sneeuw dus. Hier, wat plaatjes van het yeti-viertal.

Winter 2013 161

Die muts van Tristan is overigens een vreselijk ding. Gekregen op school en fel bemind door desbetreffende, kleurenblinde kleuter.

Winter 2013 189

De vragenronde

Ik moest heel hard lachen met het vragenlijstje op Ysabjes blog, of liever met de antwoorden van haar vierjarig zoontje. Dat moet ik eens aan Tristan voorleggen, dacht ik. Benieuwd hoe hij de dingen ziet.

Tristan is een man van weinig woorden. De retoricus in huis is Myrddin, die er af en toe ook zijn snavel tussensteekt en dan een gans betoog afsteekt dat nauwelijks steek houdt en moeilijk te reproduceren valt. Lachen, dat wel. In ieder geval, zo’n lijstje houdt best wel een (opvoedkundige) spiegel voor. Tristan is nogal eigenzinnig, met de nodige standjes tot gevolg. Maar misschien moeten we het toch anders aanpakken? Flink zijn lijkt het enige waarmee hij me denkt te kunnen behagen. Ach, het kind.

De vragen:

1. Wat zegt mama altijd tegen jou?
Tristan: Flink zijn.

2. Wat maakt mama blij?
Tristan: Flink zijn.

3. Wat maakt mama verdrietig?
Tristan: Stout zijn.

4. Hoe maakt mama jou aan het lachen?
Tristan: Als ze boe zegt.

5. Hoe was mama toen ze nog klein was?
Tristan: Stout.

6. Hoe oud is mama?
Tristan: Weet nie. Eum, honderd jaar (sadistisch lachje).

7. Hoe groot is mama?
Tristan: Minder dan papa.

8. Wat is mama’s lievelingsding om te doen?
Tristan: Bakken.

9. Wat doet mama als ze weg is?
Tristan: Haar telefoon meenemen.

10. Waar zou mama beroemd voor kunnen zijn?
Tristan: (moeilijke vraag, met handen en voeten uitgelegd en toen kwam het antwoord:) tekenen. (huh? ik kan helemaal niet tekenen).
Myrddin: Koken!

11. Wat kan mama heel goed?
Tristan: Koken.

12. Wat kan mama helemaal niet goed?
Tristan: Kadertjes ophangen. En werken.

13. Wat voor werk doet mama?
Tristan: In het ziekenhuis.
En wat doet mama in het ziekenhuis?
Tristan: Zorgen voor de bedjes.

14. Wat eet mama het liefst?
Tristan: Spaghetti.
En waarom denk je dat?
Tristan: Omdat ik dat ook het liefst eet.

15. Wat maakt mama trots?
Tristan: Lachen. En flink zijn.

16. Als mama een tekenfilmfiguurtje zou zijn, welke was ze dan?
Na een lange uitleg en een hoop voorbeelden, zei Tristan: Nike. Niets van begrepen, dus.

17. Wat doen jij en ik altijd samen?
Tristan: Trouwen. En pannenkoeken bakken (eum, één keer per jaar of zo).

18. Lijken jij en ik op elkaar?
Tristan: Nee, want jij hebt lang haar.

20. Hoe weet je dat mama van je houdt?
Tristan: Knuffeltjes geven. En kusjes.

21. Waar gaat mama het liefst naartoe?
Tristan: Kasteel.
Waarom denk je dat mama graag naar een kasteel gaat?
Tristan: Om te kijken. Omdat het mooi is.

’t Is waar wat Ysabje zegt, onze jongens zijn nog ietsiepietse te jong. Maar het levert een toch een fijn stukje bewaarmateriaal op.

De speelgoedberg

Om de massa voor te zijn gingen wij donderdag al Sinterklaasinkopen doen. Wij doen nooit gek met Sinterklaas. Elke zoon krijgt één cadeau en dan is er nog iets voor allebei, zoals een boek. En lekkers ja, dat ook. Maar kom, overdrijven doen we niet, denk ik dan. En toch voelde ik weerzin toen ik de kar aan het vullen was. Tristan is namelijk jarig in dezelfde week als die ouwe goedzak. Een verjaardag vraagt natuurlijk ook een presentje. En dan zwijg ik nog over de aanzienlijke bijdrage van de grootouderparen in beide feestelijkheden.

Ik kon alleen maar vaststellen dat onze kinderen rotverwend zijn. ’t Is decadent wat zij aan speelgoed krijgen op een jaar. Het besef dat ze naar de helft ervan nauwelijks omkijken is behoorlijk confronterend. Daarom hebben we een paar huisregels opgesteld. Er komt alleen maar duurzaam speelgoed in huis, genre Duplo, Playmobil, Lego,… We bouwen verder op dingen die ze al hebben, dus geen los speelgoed of reclamegrilletjes. Zo proberen we de groei van de speelgoedberg een beetje binnen het aanvaardbare te houden. Want kom, wees eens eerlijk, onze kinderen zijn met weinig ook content.

Verstoppertje

Mijn MP3-speler is zoek. Hij ligt in huis, dat ben ik zeker. Net zoals ik ervan overtuigd ben dat de kinderen hem hebben doen verdwijnen. ’t Is een slechte eigenschap van mijn kroost: het prutsen aan en verstoppen van alles dat kabels en knopjes en schermpjesheeft. Geestig dat dat is, uw GSM terugvinden in de laadbak van Myrddins loopwagentje. Of bij het slapengaan constateren dat ‘iemand’ de stekkers van de wekker en het nachtlampje heeft uitgetrokken en dan weer uit bed moeten om te gaan kijken hoe laat het is om uw wekker opnieuw in te stellen. U een ongeluk verschieten omdat er plots ergens een alarm afgaat. Uw beeldscherm verkleind terugvinden; zo klein dat de letters niet meer leesbaar zijn. Of u dood zoeken naar een verlengkabel, die je dan ergens verstopt onder een dekentje terugvindt.

We hadden het hen van kleins af moeten afleren. Maar je kent het ongetwijfeld: dat ene moment dat je te moe en/of te bezig bent om de kinderen terecht te wijzen. Die keer dat je niet consequent bent, dat onthouden ze wel, de loeders. Voor je het weet ontstaat er een gewoonte. Of een verondersteld akkoord. En dan is het te laat natuurlijk…